15 termen

Woordenlijst

AI-termen uitgelegd in begrijpelijke taal

AI (Artificial Intelligence)

Kunstmatige intelligentie. Software die taken kan uitvoeren die normaal menselijke intelligentie vereisen, zoals het begrijpen van taal, het herkennen van patronen en het nemen van beslissingen.

Voorbeeld: Copilot gebruikt AI om je vragen te begrijpen en nuttige antwoorden te geven.

Copilot (Gratis)

De basisversie van Copilot die beschikbaar is voor iedereen met een Microsoft-account. Heeft geen toegang tot je bedrijfsgegevens.

Voorbeeld: De gratis Copilot kun je gebruiken via copilot.microsoft.com.

Copilot Chat

De chatfunctie van Copilot waar je vragen kunt stellen en gesprekken kunt voeren. Beschikbaar in de browser en in Microsoft 365 apps.

Voorbeeld: Je kunt Copilot Chat openen door op het Copilot-icoon te klikken in de menubalk.

Copilot Studio

Een platform waarmee je eigen AI-agents kunt bouwen die specifieke taken kunnen uitvoeren binnen je organisatie.

Voorbeeld: Met Copilot Studio kun je een agent maken die automatisch budgetvragen beantwoordt.

CRAFT-model

Een framework voor het schrijven van effectieve prompts: Context, Role, Action, Format, Target.

Voorbeeld: Door het CRAFT-model te gebruiken, krijg je betere resultaten van Copilot.

Enterprise Data Protection

Beveiliging die ervoor zorgt dat je bedrijfsgegevens veilig blijven. Je data wordt niet gebruikt om het AI-model te trainen.

Voorbeeld: Dankzij Enterprise Data Protection blijven vertrouwelijke documenten binnen je organisatie.

Grounding

Het proces waarbij Copilot jouw specifieke gegevens (uit Microsoft Graph) combineert met het taalmodel om antwoorden te geven die relevant zijn voor jouw situatie.

Voorbeeld: Copilot gebruikt grounding om te weten welke collega je bedoelt wanneer je over 'Jan' praat.

Hallucinatie

Wanneer een AI-model informatie verzint die niet klopt. Dit kan gebeuren bij alle AI-systemen, daarom is het belangrijk om de output te controleren.

Voorbeeld: Copilot kan soms namen of data verzinnen - controleer altijd de feiten.

LLM (Large Language Model)

Een groot taalmodel. Dit is de technologie achter Copilot die getraind is op enorme hoeveelheden tekst om menselijke taal te begrijpen en te genereren.

Voorbeeld: GPT-4, het model achter Copilot, is een voorbeeld van een LLM.

Microsoft 365 Copilot

De betaalde versie van Copilot die geïntegreerd is in Word, Excel, PowerPoint, Outlook en Teams. Heeft toegang tot je bedrijfsgegevens via Microsoft Graph.

Voorbeeld: Met Microsoft 365 Copilot kun je e-mails samenvatten die in je Outlook staan.

Microsoft Graph

Een systeem dat toegang geeft tot je Microsoft 365 gegevens zoals e-mails, bestanden, agenda en contacten. Copilot gebruikt dit om relevante informatie uit jouw omgeving te halen.

Voorbeeld: Dankzij Microsoft Graph kan Copilot je recente e-mails doorzoeken wanneer je daarom vraagt.

Persona

De rol of persoonlijkheid die je Copilot vraagt aan te nemen. Dit beïnvloedt de toon en stijl van het antwoord.

Voorbeeld: 'Acteer als een vriendelijke docent' is een persona-instructie.

Prompt

De vraag of opdracht die je aan Copilot geeft. Dit is de tekst die je invoert om Copilot iets te laten doen.

Voorbeeld: 'Schrijf een e-mail naar mijn collega over de vergadering van morgen' is een prompt.

RAG (Retrieval Augmented Generation)

Een techniek waarbij de AI eerst relevante informatie opzoekt voordat het een antwoord genereert. Dit maakt antwoorden nauwkeuriger.

Voorbeeld: Copilot gebruikt RAG om je eigen documenten te doorzoeken voordat het je vraag beantwoordt.

Token

Een stukje tekst (vaak een woord of deel van een woord) dat het AI-model gebruikt om tekst te begrijpen en te genereren. Hoe meer tokens, hoe complexer de berekening.

Voorbeeld: De zin 'Hallo, hoe gaat het?' bestaat uit ongeveer 5 tokens.